Studiehoek‎ > ‎

1ste dan: zwarte tie

In het VTB danexamenreglement vind je wat je moet kennen .

Hier alvast een overzicht van de theorie:

Algemeen

Tae = Trappen met de VOET

Kwon = Stoten met de VUIST

Do = Methode, kunst, way of life

Taekwondo = Kunst of methode waarbij voeten en vuisten gebruikt worden.

Lichaamsdelen

Olgul = Hoge zone: gedeelte van het lichaam boven de sleutelbeenderen

Momtong = Middenzone: gedeelte van het lichaam vanaf de sleutelbeenderen tot de navel

Arae = Lage zone: gedeelte van lichaam onder de navel

Mom = Lichaam

Mori = Hoofd

Teok = Kaak, kin

Mok = Hals, nek

Deung = Rug

Pal = Arm

Palkup = Elleboog

Palmok = Voorarm

An palmok = Binnenkant onderarm (duimzijde)

Bakkat palmok = Buitenkant onderarm (pinkzijde)

Sonmok = Pols

Jumeok = Vuist

Deungjumeok = Rugzijde van de vuist

Mejumeok = Hamervuist

Pyonjumeok = Vlakke vuist: slechts twee van de drie vingerkootjes zijn opgerold

Son = Hand

Sonnal = Handzwaard (pinkzijde)

Sonnaldeung = Handzwaard (duimzijde)

Sondeung = Handrug

Pyonsonkeut = Speerhand

Kawisonkeut = Speerhand gevormd door wijs- en middelvinger (kawi = schaar)

Batangson = Handpalm

Ageum – son = Berenklauw

Darie = Been

Mureup = Knie

Bal = Voet

Apchuk = Bal van de voet

Dwichuk = Onderkant van de hiel

Balnal = Meskant van de voet

Baldeung = Wreef, rugkant van de voet

Balnaldeung = Binnenzijde, onderkant van de voet

Dwikkumchi = Hiel (achterkant)

Balbadak = Voetzool

In de dojang

Dojang = Trainingsruimte

Sabeom nim = Leraar

Dobok = Taekwondopak

Tie = Gordel

Kup = Graad, gebruikt voor de gekleurde gordels van wit t.e.m. rood-zwart

Dan = Graad, gebruikt voor de zwarte gordels

Charyot = Bevel: aandacht

Kyongnee = Bevel tot groeten

Junbi = Bevel: klaarstaan

Keuman = Bevel: stop, einde

Si chak = Bevel: start

Kallyo = Onderbreken, stoppen

Dwiro-dora = Bevel: omdraaien

Kihap = Kreet

Poomse = Stijlfiguur

Kyorugi = Vrij sparren

Hanbon kyorugi = 1-stapstechnieken

Hanbon kyorugi seogi = 1-stapstechnieken met de hand

Hanbon kyorugi chokki = 1-stapstechnieken met de voet

Sebon kyorugi = 3-stapstechnieken

Hosinsul = Zelfverdediging

Milgi = Duwen

Paegi = Lostrekken, ontklemmen

Kyokpa = Breektest

Op wedstrijd

Chong = Blauw

Hong = Rood

Seung = Winnaar

Hechyo = Bevel: uit mekaar

Kyesok = Bevel: herbegin, voortdoen

Hogo = Borstbeschermer

Kyongo = Officiële bestraffing (1/2 minpunt)

Gamjeom = Officiële bestraffing (1 minpunt)

Joo-eui = Verwittiging, officieuze waarschuwing (geen minpunt)

Deukjeom = Geldig punt

Kyeshi = 1 minuut verzorgingstijd

Tellen

Hana = Een                                           Yeoseot = Zes

Doel = Twee                                          Ielgop = Zeven

Set = Drie                                             Yeoldoel = Acht

Net = Vier                                              Ahop = Negen

Daseot = Vijf                                          Yeol = Tien

Richtingen

Owen = Links

Oreun = Rechts

Ap = Voorwaarts

Dwit = Achterwaarts

Yop = Zijwaarts

Naeryo = Neerwaarts

Ollyo = Opwaarts

Dollyo = Cirkelend, draaiend

Momdollyo = Achterwaarts draaiend om de lichaamsas

Twio = Springend

An = Binnenwaarts

Bakkat = Buitenwaarts

Sewo = Verticaal

Jeocho = Omgekeerd, dwz handpalm naar boven

Standen = seogi

Ap seogi = voorwaartse stand (klein), loopstand

Ap kubi = voorwaartse stand (groot)

Moa seogi = gesloten stand

Naranhi seogi = parallelstand, evenwijdige stand

Pyonhi seogi = open stand (tenen naar buiten gericht)

Dwit kubi = L stand, gewicht achter

Koa seogi = gekruiste stand

Beom seogi = tijgerstand

Juchum seogi = paardrijderstand (voeten parallel)

Afweren en blokkeren = makki

De benaming van afweren is vaak een samenstelling van verschillende woorden.

 

1.    Aanduiding van de zone waarin de afweer gebeurt:

·        arae = lage zone

·        momtong = middenzone

·        olgul = hoge zone

 

2.    Aanduiding van de richting waarin de afweer gebeurt:

·        an = binnenwaarts

·        bakkat = buitenwaarts

·        yop = zijwaarts

 

3.    Wijze van blokkeren:

·        kodureo = afweer met versteviging

·        hecho = gespreide afweer

·        otgoreo = gekruiste afweer

 

4.    Het lichaamsdeel waarmee de afweer gebeurt:

·        bakkat palmok = buitenkant van de onderarm

·        an palmok = binnenkant van de onderarm

·        sonnal = meshand

·        hansonnal = één enkele meshand

·        batangson = handpalm

·        arae makki = lage afweer

·        momtong an makki = binnenwaartse afweer op middenhoogte

·        olgul makki = hoge afweer

·        hansonnal momtong bakkat makki = buitenwaartse afweer met één enkele meshand in de middenzone

·        sonnal momtong makki = met beide meshanden op middenhoogte afweren

·        bakkat palmok momtong bakkat makki = buitenwaartse afweer met buitenkant onderarm op middenhoogte

·        hansonnal olgul bakkat makki = buitenwaartse afweer met één meshand in de hoge zone

·        bakkat palmok olgul bakkat makki = buitenwaartse afweer met buitenkant van de onderarm in de hoge zone

·        hecho arae makki = gespreide lage afweer

·        batangson momtong an makki = binnenwaartse afweer met de handpalm op middenhoogte

·        sonnal arae makki = lage afweer met beide meshanden

·        kawi makki = schaarafweer: anpalmok momtong bakkat makki met de ene arm en arae makki met de andere arm

·        bakkat palmok momtong hecho makki = buitenwaartse gespreide afweer op middenhoogte met de buitenkant van de onderarmen

·        otgoreo arae makki = gekruiste lage afweer

·        bakkat palmok kodureo makki = verstevigde afweer met buitenkant onderarm

·        oesanteul makki = berg afweer met twee armen

Stoten = jireugi

Arae jireugi = stoot naar de lage zone

Momtong jireugi = stoot naar de middenzone

Olgul jireugi = stoot naar de hoge zone

Baro jireugi = stoot gelijk aan de natuurlijk stap (R-arm + L-voet voor)

Bandae jireugi = tegengestelde stoot aan de natuurlijke stap (R-arm + R-voet voor)

Sewo jireugi = stoot waarbij de vuist verticaal gehouden wordt

Jeocho jireugi = stoot met omgekeerde vuist (handpalm naar boven)

Dujumeok jeocho jireugi = dubbele stoot met omgekeerde vuist

Yop jireugi = zijwaartse stoot

Dollyo jireugi = cirkelstoot (in de eindpositie is de arm 90° gebogen)

Naeryo jireugi = neerwaartse stoot

Dangkyo teok jireugi = opstoot naar de kin terwijl de andere hand vastgrijpt

Dubeon jireugi = tweemaal na mekaar stoten, terwijl men in dezelfde stand blijft staan

Slaan = chigi

Ap chigi = Voorwaartse slag

Naeryo chigi = Neerwaartse slag

Bakkat chigi = Buitenwaartse slag

An chigi = Binnenwaartse slag

Hansonnal mokchigi = Slag met enkel handzwaard in de nek

Jebipoom mokchigi = Slag in zwaluwvorm (naar de kin of naar de nek)

Deungjumeok apchigi = Voorwaartse slag met rugzijde van de hand

Deungjumeok dwigyo apchigi = Voorwaartse slag met rugzijde van de hand, terwijl de andere vuist de slagarm ondersteunt

Deungjumeok bakkat chigi = Buitenwaartse slag met rugzijde van de hand

Mejumeok naeryo chigi = Neerwaartse slag met hamervuist

Palkup chigi = Slag met de elleboog

Palkup pyojeok chigi = Voorwaartse slag met elleboog, waarbij de tegenstander met de andere hand wordt vastgepakt

Palkup dollyo chigi = draaiende stoot met de elleboog

Mureup apchigi  = voorwaartse kniestoot

Steken = tzireugi

Pyonsonkeut tzireugi = steek met de vingertoppen

Trappen = chagi

Ap chagi = voorwaartse trap

-      apchuk ap chagi = voorwaartse trap met de bal van de voet

-      dwichuk ap chagi = voorwaartse trap met de hiel

-      baldeung ap chagi = voorwaartse trap met de wreef

Yop chagi = zijwaartse trap

Pickyo chagi = trap tussen ap en dollyo chagi

Naeryo chagi = neerwaartse trap

-      dwikumchi naeryo chagi = neerwaartse trap met de achterkant van de hiel

-      balbadak naeryo chagi = neerwaartse trap met de voetzool

Hoereo chagi = zweeptrap

Mireo chagi = duwtrap

Dwit chagi = achterwaartse trap

Dollyo chagi = cirkeltrap voorwaarts

-      apchuk dollyo chagi = cirkeltrap met de bal van de voet

-      baldeung dollyo chagi = cirkeltrap met de wreef

Bandae dollyo chagi = tegengestelde cirkeltrap - spiegelbeeld van dollyo chagi

-      dwikumchi bandae dollyo chagi = tegengestelde cirkeltrap met de achterkant van de hiel

-      balbadak bandae dollyo chagi = tegengestelde cirkeltrap met de voetzool

Momdollyo chagi = achterwaarts draaiende trap

Pyojeok chagi = “doel”trap, wordt steeds met de voetzool getrapt. Er vindt geen buig – strek – buig - beweging plaats, zoals bij de uitvoering van de meeste andere trappen. Het been is en blijft licht gebogen tijdens de uitvoering.

Twio chagi = gesprongen trap

-      twio ap chagi = gesprongen voorwaartse trap

-      twio yop chagi = gesprongen zijwaartse trap

-      twio dollyo chagi = gesprongen cirkeltrap

-      twio momdollyo chagi = gesprongen rugwaarts draaiende trap